Maak een afspraak

Je verwarming winterklaar maken: wat moet je controleren?

yali_R_type_21_H300_L1000_bedroom_non_pir_01_cam1_final_lowres
Verwarming
Hoe doe je
De temperaturen dalen en de verwarming mag weer aan. Maar is je verwarmingssysteem wel klaar voor het stookseizoen? Door je verwarming tijdig te controleren, voorkom je onaangename verrassingen op koude dagen. Van je cv-ketel en radiatoren tot je thermostaat en elektrische verwarming: met deze 15 aandachtspunten maak je je verwarmingssysteem klaar voor de winter.

Centrale verwarming winterklaar maken: 7 aandachtspunten

 

1. Laat je verwarmingsketel onderhouden

Een regelmatig onderhoud zorgt ervoor dat je verwarmingsinstallatie veilig en efficiënt werkt. Laat je verwarmingsketel daarom tijdig controleren door een erkende vakman. Die kan slijtage en mogelijke problemen opsporen voordat ze tot storingen leiden. Bovendien is het onderhoud van bepaalde verwarmingsketels wettelijk verplicht. Zo ga je met een gerust gevoel het stookseizoen in.

 

2. Maak je radiatoren schoon

Stof op je radiatoren kan de warmteafgifte hinderen. Maak ze daarom schoon met een droge microvezeldoek of een licht vochtige doek. Heb je convectoren of ventiloradiatoren, zoals de Radson Ulow E2? Controleer dan ook de onderkant op stofophoping. Met de stofzuiger verwijder je het vuil eenvoudig, zonder dat je het rooster hoeft los te maken.

 

3. Controleer je CO-melder

Een goed werkende verwarming begint bij veiligheid. Test daarom ook je koolmonoxidemelder (CO-melder). Druk op de testknop om na te gaan of het toestel nog werkt. Reageert de melder niet, controleer dan de batterijen. Kijk meteen ook na of de vervaldatum nog niet verstreken is. Een CO-melder vervangt het onderhoud van je verwarmingsinstallatie niet, maar helpt je wel om gevaar tijdig op te merken.

 

4. Controleer je verwarmingsketel of warmtepomp

Voor je de verwarming weer volop gebruikt, controleer je het best of je warmtebron klaar is voor de winter.

  • Verwarmingsketel: controleer de waterdruk wanneer de installatie koud is. Is die lager dan de aanbevolen waarde, vaak rond 1 tot 1,5 bar, volg dan de instructies van de fabrikant om bij te vullen.
  • Warmtepomp: kijk na of bladeren, takjes of ander vuil de luchttoevoer en -afvoer niet blokkeren. Zo kan je warmtepomp efficiënt blijven werken.
  • Instellingen: staat je installatie nog in de zomermodus? Schakel dan indien nodig over naar de winterstand, zodat ook de verwarming weer werkt.

Twijfel je over de juiste instellingen of waterdruk? Raadpleeg de handleiding of vraag advies aan je installateur.

5. Stel je thermostaatkranen goed in

Controleer de thermostaatkranen op je radiatoren en stel ze in op de gewenste temperatuur. In ruimtes die je minder vaak gebruikt, volstaat doorgaans een lagere temperatuur. Helemaal dichtdraaien is niet altijd de beste keuze, zeker niet als je vochtproblemen of bevriezing wilt vermijden. Stem de instellingen af op het gebruik van elke kamer.

 

6. Test je thermostaat en verwarmingsregeling

Zet je kamerthermostaat tijdelijk hoger dan de huidige kamertemperatuur. Zo controleer je of de verwarming aanslaat. Kijk ook of de regeling correct reageert en of de kamers geleidelijk opwarmen. Laat het systeem even draaien om na te gaan of alles naar behoren werkt.

Slaat de verwarming niet aan? Controleer dan eerst de instellingen. Blijft het probleem bestaan, neem dan contact op met je installateur.

 

7. Ontlucht je radiatoren als dat nodig is

Worden je radiatoren niet overal warm? Of blijven ze bovenaan koud terwijl de rest wel opwarmt? Dan zit er mogelijk lucht in het verwarmingssysteem en dien je je radiatoren te ontluchten.

Volg de instructies van je verwarmingssysteem en controleer achteraf opnieuw de waterdruk. Blijft een radiator koud, ook na het ontluchten? Dan kan er een ander probleem spelen. Laat je installateur dit nakijken.

Je elektrische verwarming winterklaar maken: 8 aandachtspunten

Gebruik je elektrische radiatoren als hoofdverwarming of als aanvulling op je centrale verwarming? Ook die controleer je best even voor de start van het stookseizoen.

 

1. Schakel je elektrische radiator uit

Ook hier geldt veiligheid eerst. Schakel de elektrische radiator uit en trek de stekker uit het stopcontact als dat mogelijk is. Is het toestel nog warm? Wacht dan tot het voldoende afgekoeld.

 

2. Controleer de ruimte rond je radiator

Kijk na of er achter of onder de radiator geen voorwerpen terechtgekomen zijn die de werking kunnen hinderen. Zorg ervoor dat de lucht vrij kan circuleren en dat er geen spullen tegen of op het toestel liggen.

 

3. Maak je elektrische radiator stofvrij

Verwijder stof met een droge microvezeldoek of een licht vochtige doek. Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen of producten met sterke oplosmiddelen: die kunnen de afwerking beschadigen. Raadpleeg bij twijfel de onderhoudsinstructies van de fabrikant.

 

4. Controleer of de radiator stroom krijgt

Is de radiator schoon en staat alles veilig? Steek de stekker opnieuw in het stopcontact als die uitgetrokken was en schakel het toestel in. Controleer of het display of de indicatielampjes normaal werken. Zo merk je snel of de radiator stroom krijgt.

5. Test de thermostaat van je elektrische verwarming

Zet de thermostaat tijdelijk twee à drie graden hoger dan de huidige kamertemperatuur. Zo vraag je de radiator om warmte te produceren. Bij elektronische modellen kan een lampje of symbool aangeven dat het toestel verwarmt. Bij andere modellen merk je na enige tijd dat de radiator warm wordt.

Blijft de radiator koud? Controleer dan de instellingen en de zekering. Schakelt de zekering opnieuw uit of springt de stroomonderbreker herhaaldelijk af? Probeer het toestel dan niet telkens opnieuw in te schakelen, maar laat het probleem nakijken door een elektricien.

 

6. Stel de gewenste temperatuur in

Werkt de elektrische radiator zoals het hoort? Zet de thermostaat dan terug op de gewenste temperatuur. Geef de ruimte voldoende tijd om op te warmen en pas de instelling indien nodig aan. Zo vind je een comfortabele temperatuur die bij je dagelijkse routine past.

 

7. Controleer de timer en het weekprogramma

Veel elektrische radiatoren hebben een timer of een programmeerbare thermostaat. Controleer of de ingestelde uren nog overeenkomen met je dagelijkse routine. Wil je de badkamer 's ochtends warm hebben of de verwarming automatisch laten zakken wanneer je niet thuis bent? Pas het programma dan aan je huidige gewoontes aan.

 

8. Kijk je afstandsbediening en slimme instellingen na

Bedien je de verwarming met een afstandsbediening, een thuis-/afwezigstand of een slim regelsysteem? Controleer dan of de instellingen nog kloppen. Kijk ook hier na of de gewenste temperatuur en eventuele tijdschema's correct ingesteld zijn. Zo verwarm je je woning wanneer dat nodig is, zonder dat je er voortdurend aan hoeft te denken.

 

Met deze 15 tips controleer je of je verwarmingssysteem klaar is voor het nieuwe stookseizoen. Merk je een storing op of twijfel je aan de werking van je installatie? Laat het probleem dan tijdig nakijken door een vakman. Zo verklein je de kans op onverwachte problemen wanneer het buiten écht koud is.